Feedback werkt wanneer collega’s hetzelfde gedrag herkennen, de gevolgen begrijpen en een haalbare volgende stap kiezen. Geef een recent observeerbaar voorbeeld, vraag naar context en maak de afspraak toetsbaar.
Beschrijf een concreet moment, wat je zag en welk effect dat had op het werk. Houd aannames over iemands bedoeling buiten je observatie en benoem de relevante werkafspraak.
Vraag hoe de ander dat moment heeft ervaren en toets ontbrekende context. Luisteren maakt feedback tweezijdig, zonder de norm of het resultaat vrijblijvend te maken.
Kies samen één gedrag dat in het volgende overleg of binnen vijf werkdagen zichtbaar wordt. Kom erop terug; onderzoek waarom de afspraak wel of niet werkte.